Das Wohltemperirte Clavier I nr. 18 in gis klein
BWV 863 uitgevoerd door Korneel Bernolet
in zijn huis in Aalter, België
Achter de muziek
Spanning
Het Wolhltemperirte Clavier zit vol met simpele dingen die eigenlijk ingewikkeld zijn en omgekeerd
In het gesprek dat we met Korneel Bernolet hadden rond deze opname, vertelde hij hoe hij als jonge student even moest slikken toen hij voor het eerst de Prelude en fuga in gis klein uit het tweede boek van het Wohltemperirte Clavier zag. Niet alleen de jonge Korneel Bernolet, ook volwassen toetsenisten in Bachs eigen tijd zullen toen ze voor het eerst een van de Preludes en fuga’s in gis klein (met vijf kruizen) zagen, even een zucht geslaakt hebben. Geen wonder dat Friedrich Wilhelm Marpurg in zijn Abhandlung von der Fuge uit 1753 in het deel met muziekvoorbeelden de eerste vijf maten van deze fuga een halve toon lager afdrukte, in g klein. Dat speelt een stuk makkelijker, maar het is minder spannend, zoals Bernolet laat horen.
En Bach is juist op zoek naar contrasten lijkt het. Ten eerste is er de spanning tussen de wrange toonsoort zelf en, zoals Bernolet vertelt, de bijna komisch simpele herhaling van een standaard akkoordpatroon door de hele fuga heen. En daarna is er de spanning tussen ogen en oren. Want hoe verder de fuga zich op papier naar nog raardere toonsoorten begeeft – de dubbelkruizen zijn niet van de lucht – hoe meer de vingers en de klanken in werkelijkheid in ‘gewone’ toonsoorten zijn beland. Maar dat merk je alleen door heel nauw te luisteren naar subtiele verschuivingen in de zuiverheid. Zo zit het Wohltemperirte Clavier vol met simpel wat eigenlijk ingewikkeld is, en ingewikkeld wat eigenlijk simpel is.
Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines.
Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)
- BWV
- 863
- Titel
- Prelude en fuga in gis klein
- Bijnaam
- nr. 18 uit Das Wohltemperirte Clavier I
- Instrument
- klavecimbel
- Genre
- klavierwerken
- Serie
- Das Wohltemperirte Clavier I
- Jaartal
- 1722 of eerder
- Stad
- Köthen (of Weimar?)
Met steun van
Prins Bernhard Cultuurfonds
Teksten
Origineel
Vertaling
Credits
-
- Publicatiedatum
- 3 mei 2019
-
- Opnamedatum
- 21 mei 2018
-
- Locatie
- Aalter, België
-
- Klavecinist
- Korneel Bernolet
-
- Klavecimbel
- Alan Gotto, 2012
-
- Regie en interview
- Jan Van den Bossche
-
- Muziekopname, -montage en -mix
- Guido Tichelman
-
- Camera
- Gijs Besseling
-
- Productie
- Jessie Verbrugh
-
- Met steun van
- Prins Bernhard Cultuurfonds
Ontdek
Help ons All of Bach te voltooien
Een groot deel moet nog opgenomen worden voordat het gehele oeuvre van Bach online staat. Dit redden we niet zonder financiële steun van donateurs. Help ons de muzikale nalatenschap van Bach te voltooien en steun ons met een gift!